1) Werkloosheid vergt meer uitkeringen en dus meer premies. Dat maakt arbeid duurder en vergroot weer de uitstoot ervan. De overheid moet bezuinigen, investeert minder in de marktsector en stoot eveneens banen af. De algehele koopkracht daalt. Een negatieve spiraal zoals in de jaren 80. In economische voorspoed werkt het andersom: groei werkgelegenheid, belastingverlaging, nog meer arbeidsvraag en overspannen arbeidsmarkt, terwijl het reservoir met uitkeringstrekkers desondanks gevuld blijft  (jaren vanaf 1996).